‹ Terug naar overzicht

Wammes Waggel

De vleesgeworden domheid Wammes Waggel, een gans, verschijnt in ‘Tom Poes en het monster-ei’ (1942). Hij blinkt uit in logisch inconsequente redeneringen en heeft een opgewekt humeur, ook als het hem even tegenzit. Hij is een kei in het opzetten van onzinnige handeltjes, zoals het verkopen van erwtensoep en warme worstjes in de woestijn.

Nu verscheen er een nieuwe figuur ten tonele. Het was Wammes Waggel, die een walmend wagentje achter zich aan door het dorre zand trok. De eenvoudige ondernemer dreef een handel in erwtensoep en warme worstjes, maar zijn zaken gingen slecht, omdat er in deze omgeving weinig klanten waren. Daarom was de piramide een verrassing voor hem.

‘Kijk, een huisje!’ riep hij uit. ‘En daar is de deur. Ik zal eens aanbellen, dan kopen ze misschien wel wat.’   Zo sprekende parkeerde hij zijn voertuig en trad op de ingang toe. Nu ontwaarde hij echter het schilderij en nieuwsgierig boog hij zich eroverheen, zonder te merken dat er achter hem een paar verongelukte luchtreizigers naderden.

‘Hihihi! Wat enig!’ prevelde Wammes. ‘Een doolhof!’ […]
‘Hallo, luitjes’, riep de handelaar, zich omdraaiend. ‘Kijk eens wat ik hier gevonden heb! Een doolhoftekening! Zou dit de ingang zijn? Gaan jullie mee naar binnen? Dan kunnen we pret hebben!’

(bron: literatuurmuseum)

In BV092 heeft Wammes een "Timmerij en sagerij" 

Zoals vele andere vroege figuren uit de Tom Poes-verhalen is Wammes Waggel verzonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de dagbladstrips verscheen hij voor het eerst in het elfde verhaal, Het monster-ei.

Wammes Waggel kwam in totaal in 56 van de 177 dagbladstripverhalen voor. Daarnaast verscheen hij in de weekbladstrips, waarbij zijn naam werd gebruikt in de titel van Tom Poes en de Waggelgedachten. Ook in de avondvullende film Als je begrijpt wat ik bedoel had Wammes Waggel een rol, hij bracht daarin met het lied "Anijs anijs" een ode aan anijs. Hij stond in 1947 op de voorplaat van het eerste nummer van het Tom Poes Weekblad.

Qua karakter kan hij omschreven worden als een echte levensgenieter. Daarnaast is hij een naïeve en onnozele flierefluiter. Wat hij onderneemt is vaak tot mislukken gedoemd. Hij gedraagt zich in het algemeen als een klein kind; hij blijft meestal vrolijk en is altijd in voor een grap, maar wordt soms ook ineens erg kwaad en verdrietig als hij zijn zin niet krijgt.

Hij is vaak te porren voor een spelletje, bijvoorbeeld in De blaasgeest. In Heer Bommel en de zelfkant bewijst hij een elementaal te zijn, net als Pee Pastinakel. In het afwijkende verhaal Horror, de ademloze neemt hij het op voor de slechterik uit de titel en speelt zijn angstaanjagende rol met verve en grote precisie. In Het geheim van het Nevelmoeras speelt Wammes Waggel gedurende bijna het hele verhaal een belangrijke rol, terwijl hij Tom Poes en Heer Bommel begeleidt op hun tocht door een betoverd moeras.

Wammes Waggel
Verhaal: Tom Poes en het Lemland
Boek: Tom Poes en het Lemland
Waar wil je toch heen Tom Poes? vroeg hij
6LfXCtQZAAAAACfehZwS12RYNcGbtmv3icZDON0b