‹ Terug naar overzicht

Professor Joachim Sickbock

Joachim Sickbock was voor het eerst te zien in het verhaal Het verdwijneiland uit 1941. Hij is een geniaal geleerde met kwaadaardige trekjes. Hij zegt verbonden te zijn aan de universiteit van Upswa.  Hoewel zijn vindingen de schijn wekken de wereld vooruit te helpen, zo niet te redden, is het voornaamste doel van Sickbock om koste wat kost faam en persoonlijk voordeel te behalen met zijn werk. List en bedrog spelen hierbij een grote rol. Hij ziet het als zijn taak de voortbrengselen van de natuur wetenschappelijk te vervolmaken.

Omdat Sickbock bijna altijd op zwart zaad zit, treft het goed dat Olivier B. Bommel tot zijn kennissenkring behoort. Heer Bommel is dan ook zijn voornaamste financier, in de waan dat hij met de vindingen van de professor in stilte veel goeds zou kunnen doen. Ook De bovenbazen zien, mogelijk uit verveling, meestal wel wat in de nieuwtjes die Sickbock brengt.

Sickbock heeft een elitair taalgebruik met kenmerkende uitdrukkingen als "Ei, ei" en "mijn waarde". Zijn grootste tegenstrever is Tom Poes (door Sickbock aangeduid als "dat akelige witte ventje"), die met zijn eigen listigheid veel ongedaan maakt, meestal met het gevolg dat hij financieel weer aan de grond raakt.

Sickbock heeft weinig achting voor zijn tegenpool collega-wetenschapper professor Prlwytzkofsky, die hij gewoonlijk wegzet als "de dorpsonderwijzer hier ter stede".

Sickbock blijft echter meestal optimistisch. Veel van zijn optredens eindigen dan ook met de uitspraak "Men zal nog van mij horen..."

Professor Joachim Sickbock
Verhaal: Tom Poes en het Verdwijneiland
Boek: MV06 Tom Poes en het verdwijneiland
"Ja die schepen en de lading heb ik nodig om mijn wetenschappelijke onderzoeken te kunnen betalen"
Professor Joachim Sickbock
Verhaal: Tom Poes en de rare uitvinding
Boek: MV08 Tom Poes en de rare uitvinding
Het doet me plezier dat de proeven zo mooi zijn geslaagd
6LfXCtQZAAAAACfehZwS12RYNcGbtmv3icZDON0b