‹ Terug naar overzicht

Markies de Canteclaer

De haan markies De Canteclaer – de naam is ontleend aan Van den vos Reynaerde – is sedert ‘Tom Poes en de watergeest’ (1947) de adellijke buurman van heer Bommel.
Zijn titel wijst op een Franse afkomst, al lijkt zijn gebruik van Franse woorden (‘Parbleu!’, ‘Fi donc’) vooral een manier om zich boven ‘het grauw’ te verheffen. Hij heeft een fijnbesnaarde natuur en schrijft gedichten. In de bundels Hanezang (1987) en Vleugeljaren (1989) heeft Marten Toonder een keuze uit zijn werk gepubliceerd. Van heer Bommel heeft hij geen hoge dunk, en hij laat niet na hem er telkens op te wijzen dat ‘deze eh… Bommel’ niet tot zijn stand behoort.

De wandelaar die hen inhaalde, was de markies De Canteclaer.

‘Wat schort eraan, amice?’ vroeg deze. ‘Ge ziet er bewolkt uit. Kwam uw spel patience niet uit?’
‘Hmpf’, zei heer Ollie. ‘Patience! Bah! Lieden van onze stand hebben het niet gemakkelijk. “Een lui leventje”, zegt men! Alsof werken het enige is! Men moest eens weten, hoe druk wij het hebben met mooie gedachten en het in stand houden van de beschaving. Zegt u nu zelf!’

De edelman hief zijn face-à-main en bekeek de spreker koeltjes. ‘Fi donc!’ prevelde hij afkeurend. ‘Spreek voor u zelf, Bommel! Mijn leven is geheel gevuld met nuttig werk. Het nalopen van mijn pachters en mijn commissariaten eist al mijn tijd op. Praat me niet over uw drukte, amice. Dat ontstemt mij!’ (Bron: literatuurmuseum

Markies de Canteclaer
Verhaal: Tom Poes en het Lemland
Boek: Tom Poes en het Lemland
"Parbleu, heb ge dan eindelijk een betrekking bij de gemeente kunnen verwerven, Bommel|?"
6LfXCtQZAAAAACfehZwS12RYNcGbtmv3icZDON0b