Panda en de meester knecht

Eerste publicatie in Nieuwsblad van het Noorden van 11 juni 1979 tot 30 augustus 1979

Nummering stroken: 1 t/m 70



Boeken

Alle uitgaven en/of boeken in mijn verzameling waar dit verhaal in staat.

de avonturen van Panda deel 35

Uitgever: Uitgeverij Panda
Uitgifte: januari 2014
Aanvullende informatie: Inleiding

Het begin
Marten Toonder (1912-2005) tekende al vanaf zijn jongste jaren met groot enthousiasme, maar het duurde tot 6 februari 1933 voor hij zijn eerste stripverhaal geplaatst wist te krijgen: Brams avonturen in het dagblad De Nederlander. Daarna volgden al snel allerlei nieuwe strips. In maart 1934 begon zijn eerste langlopende
serie stripverhalen, rond 'Ibijs Ijs, de witte beer. Deze ondertekststrip was gebaseerd op de Engelse Rupert Bear, in Nederland bekend als Bruintje Beer. Toonder bekwaamde zich verder in het tekenen van illustraties voor boeken en tijdschriften en in allerlei strips. In maart 1941 wist hij zijn strip Tom Poes onder te brengen.
Omdat hij toen al vijf stripreeksen moest verzorgen, begon het werk hem boven het hoofd te groeien en daarom trok hij in 1942 zijn eerste medewerker aan: Wim Lensen, op 11 januari 1943 gevolgd door de toen vijf tienjarige Frits Godhelp.
Toonder zag ook spoedig het nut van het produceren van kalenders, puzzels, prentbriefkaarten, spellen en wandplaten, want die leverden belangrijke inkomsten op. Al snel nam hij meer medewerkers aan, die bij hem het vak konden leren en die voor hem meteen een continu´teit in de productie betekenden. Samen met dat veelal jonge talent werkte hij aan steeds weer nieuwe opdrachten.

Een nieuwe strip
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Toonder al plannen te maken voor publicaties na de Bevrijding. EÚn daarvan omvatte avonturen van een kleine panda-beer: Plukkie Panda. Deze nieuwe hoofdfiguur werd een mooie variant op Ollie B. Bommel, die in de oorlog al in heel wat Tom Poes-verhalen had opgetreden.
Panda kreeg van zijn goede vader een rijksdaalder mee en zo moest hij maar de wijde wereld intrekken en op zoek gaan naar een goede betrekking. Hij bleek, net als heer Bommel, een goedzak te zijn, die niet veel wijzer werd van al zijn ervaringen. Ook deze jonge stripheld had steeds nieuwe tegenspelers nodig, die aan elk verhaal weer een boeiende inhoud konden geven. Panda ging steeds weer op zoek naar een leermeester om een goed vak te leren.
Het eerste Panda-verhaal is duidelijk ge´nspireerd op het grootse Middeleeuwse epos Van den vos Reynaerde en zo ontmoet Panda de lepe vos Joris Goedbloed. Deze maakt steeds weer gretig misbruik van de onbevangenheid van Panda. Goedbloed is dan ook in veel verhalen de tegenspeler van Panda.

Talentvolle medewerkers

Marten Toonder heeft het personage Panda en diens leefwereld bedacht en opgezet, maar hij moest al spoedig veel ervan uit handen geven. Voor de plots en scenario's van de verhalen, voor het schrijven van de teksten en voor het tekenen van de stripstroken alsook voor het inkten daarvan, had hij een aantal talentvolle medewerkers bij de hand. Toen in december 1946 deze nieuwe strip van start kon gaan, was er voldoende zekerheid om een lange reeks verhalen te garanderen.
In de loop der tijd bedachten en schreven Dirk Huizinga, Jan Gerhard Toonder en Lo Hartog van Banda verhalen van de kleine beer. Na 1966 werden die verder verzorgd door Eiso Toonder en een paar keer door Harry Geelen.

Voor het tekenen van de strips werden Ben van Voorn, Harry Hargreaves en Dick Matena de belangrijkste medewerkers, terwijl tot het jaar 1970 Andries Brandt, Fred Julsing, Jan Steeman en Jan van Haasteren hun bijdragen leverden; soms aan een heel verhaal, soms aan een paar stripstroken. In het derde verhaal van dit boek zijn enkele stroken getekend door een andere studio-medewerker, wellicht Carol Voges. Het inkten van de tekeningen werd, behalve door Marten Toonder zelf, aanvankelijkgedaan door Wim Lensen en RenÚ Zwartjes, maar nadien voor meer dan vijftig verhalen door Richard Klokkers.
Vanaf september 1970 tekende en inkte Piet Wijn de Panda-verhalen en vanaf 1978 bedacht en schreef hij ze ook, toen de vorm werd gemoderniseerd en de strip niet langer verscheen met onderteksten, maar met ballonteksten .

De Panda-strip werd de langstlopende Nederlandse strip ooit gepubliceerd - 13.819 afleveringen - die gedurende 45 jaar ononderbroken trouw elke dag in de kranten stond. In veertien landen verschenen Panda's avonturen, in tientallen dagbladen, tijdschriften en boeken.
Verantwoording
In elke band van deze Integrale Uitgave van De avonturen van Panda zal steeds zo goed mogelijk worden aangegeven wie er aan de daarin opgenomen verhalen heeft meegewerkt.
De redactie