Koning Hollewijn en de holle appel

 

Eerste publicatie  in dagblad De Telegraaf van 22 maart 1954 tot 25 mei 1954


In De holle appel maken wij kennis met eerste minister drs. Dreutel, met hof-
detective Euvel, kamerdienaar Pieter Plichtpleger, hoofdinspecteur Knerp-
slijper en natuurlijk de bakvis Wiebeline Wip, die verder door het leven gaat
als Hollewijns secretaresse. Een oudere man met een jong meisje als partner,
niets aan de hand. Ze krijgt haar eigen kamer en ze hebben een soort vader-
dochter-relatie. Zij haalt ondeugende streken uit en brengt zo voor de vorst
enig leven in de brouwerij. Want zijn enige bezigheid is om, gehuld in zijn
hermelijnen mantel, de kroon op het hoofd, met de scepter en rijksappel in
de handen, symbolisch de troon te bezetten ten aanschouwen van de dage-
lijkse bezoekers van het paleis. Een holle appel, die hem helaas geen enkele
macht geeft. 

Nummering stroken: 1 t/m 54



Boeken

Alle uitgaven en/of boeken in mijn verzameling waar dit verhaal in staat.