Koning Hollewijn en de flutters

In de jaren 1950 gebruikte men het woord 'flut' voor iets dat waardeloos en volstrekt overbodig was. In De flutters ontmoet Wiebeline een dichter die insecten heeft leren zingen en dansen. Als je naar ze luistert verdiepen zij je gevoelsleven. Toevallig ziet de heer Daalder op het paleis de flutter van Wiebeline en dan ruikt hij handel. Iedereen lijkt er beter van te worden, maar aan het eind blijkt de werkelijkheid toch anders in elkaar te steken. 



Boeken

Alle uitgaven en/of boeken in mijn verzameling waar dit verhaal in staat.

Koning Hollewijn Skarabee deel 3

Uitgever: Uitgeverij Skarabee B.V. Laren (NH)
Aanvullende informatie: de pocket bevat 3 verhalen:
de Flutters
de Lorrocraat
het dubbele leven
de belevenissen van Koning Hollewijn deel 2

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: juni 2015
Aanvullende informatie: Inleiding
De verhalen in deze tweede bundel van Koning Hollewijn betreffen alle hetzelfde thema: 'de waarde van dingen'. Kennelijk houdt dit Toonder in 1954 en 1955 bezig en vindt hij daarin nieuwe stof voor zijn vervolgstrip in het dagblad De Telegraaf Het thema koningschap heeft hij een plaats gegeven in de eerste drie verhalen en nu richt hij zich meer op de maatschappij.
Allereerst introduceert hij twee nieuwe bijfiguren: Alexander en Troubelle Solouche. Hun gekibbel levert voorspelbare teksten op, wat zowel gemakkelijk is voor de tekstschrijver als vermakelijk voor de lezer. Alexander wordt door Troubelle regelmatig uitgescholden voor 'eend'. Op zijn beurt noemt hij alles 'goeie ouwe' en sluit hij zijn zinnen af met de loze toevoeging 'en zo'.
Tot aan het einde van de serie blijven zij het pad kruisen van Hollewijn en Wiebeline. Het zal de lezer verbazen dat de verstandige koning en zijn slimme secretaresse zich toch steeds weer door het tweetal laten beetnemen.
De andere bijrol die Toonder in de toekomst regelmatig zal inzetten, is voor de heer Daalder. Deze heeft slechts één ding voor ogen: geld verdienen. Hij is het prototype van de succesvolle Nederlandse zakenman, recht door zee; en daar schaamt hij zich niet voor. Toonder zal zich als scheppend kunstenaar regelmatig geërgerd hebben aan dit soort lieden, die de maatschappij nu eenmaal nodig heeft om geld te verdienen en vooruit te komen.
In de tekeningen van deze vier verhalen is een duidelijke kwaliteitsverbetering te bespeuren. De figuren zijn aanvankelijk nog wat stijfjes, maar daarna blinken de plaatjes steeds meer uit in actie en expressie, wat mede te danken is aan de vaardige hand van degene die het inkten heeft uitgevoerd. Het derde verhaal met de fraaie decors van Ben van Voorn spant de kroon. Deze studiomedewerker nam al snel het meeste inktwerk van Marten Toonder moer, terwijl Ben van 't Klooster de potloodtekeningen maakte.
Rob Aalpol