‹ Terug naar overzicht

De avonturen van Panda deel 26

Staat: nieuw
Uitgever: uitgeverij Cliché
ISBN: 9789064381447

Aanvullende informatie

Inleiding

Deze band met vier verhalen uit de periode 1970-'71 bevat de eerste Panda-verhalen
die getekend zijn door Piet Wijn. Alleen het grootste deel van het eerste verhaal is
nog van de hand van Jan van Haasteren. Piet Wijn tekende de strip (die in 1977 een
ballonstrip werd) tot 1986 (zie ook de inleiding bij deel 37). Hij was in deze jaren
de belangrijkste tekenaar van de Toonderreeksen. Begin 1970 had hij Kappie over-
genomen, die hij tekende tot het einde in 1972; hij tekende Koning Hollewijn van
1959 tot het einde, halverwege 1971 en rond die tijd nam hij ook de Tom Poes-
dagstrip over, die hij tot het einde in 1986 zou tekenen. Wijn brengt veel sfeer in de
Panda-strip. Let bijvoorbeeld eens op de doorlopende achtergronden in aflevering
19-109. Eiso Toonder nam halverwege 1970 het schrijven van de Panda-strip over
van Andries Brandt. Mogelijk is het eerste deel van het eerste verhaal nog van de
hand van Brandt.

In Panda en de meester-filmer (PV108) doet Joris Goedbloed zich voor als regisseur
George Goedblood. Grappig is dat Panda Joris pas herkent als hij hem zonder de
doorzichtige vermomming ziet en in de gaten krijgt dat hij dezelfde is als de regisseur.
Joris heeft de miljonair Geldroller gestrikt voor de hoofdrol in een film over koning
Karmolijn, op voorwaarde dat hij diens juwelen ter beschikking stelt. Het stelen van
die juwelen lukt niet, maar de film wordt een succes. Dat laatste blijkt in de laatste
episode vanaf de druilerige aflevering 87, waarmee Piet Wijn zijn debuut maakt. In
dit verhaal komen twee boeven voor, Aal de Glibber en Henkie, die eerder voor-
kwamen in het door Dick Matena getekende Panda en de boze Warapuri-diamant
(PV94, 1967). Jan van Haasteren geeft ze een ander uiterlijk, maar Piet Wijn zal
later, vanaf Panda en het Hazepad (PV120, 1973), teruggrijpen op de oorspronkelijke
figuren .. De in dit verhaal geïntroduceerde rechercheur Snappers zal Piet Wijn
wel van Jan van Haasteren overnemen. Deze komt terug vanaf Panda en de meester-
goudmaker (PV115, 1972).

In Panda en de meester-ongelukker (PV109) kan Panda geen baantje vinden en heeft
hij last van gebrek aan zelfvertrouwen. Jollipop helpt hem stiekem om dat op te
vijzelen en dan krijgt Panda opdracht een flesje met een gevaarlijk explosief naar
een ander land te brengen. Met het nodige geluk en de hulp van Jollipop lijkt dat te
lukken. De vraag is wie de 'meester-ongelukker' uit de titel is. Is het niet Panda zelf?
De in dit verhaal geïntroduceerde Knars de Kraker zal terugkeren in Panda en de
meester-flinkerd (PV133, 1976).

Vanwege zijn nieuwe dappere imago wordt Panda vervolgens in Panda en de Jokklikker
(PV110) door de Geheime Dienst geronseld om diplomaat Beuzelaer bij te staan.
Tegelijkertijd krijgt hij van professor Kalker een Jokklikker in beheer. Het is de
vraag of die hem bij zijn werk helpt of hindert, zeker als Joris Goedbloed zich ermee
bemoeit. Het verhaal gaat ook over de botsing tussen verschillende culturen, zoals
de dictatuur van sultan Pluka, die doet denken aan president Bouteflika van Algerije.
In de laatste episode wil. de president van Piranhacua ontwikkelingsgeld gebruiken
voor een gouden standbeeld. In de aanloop tot de Tweede Kamerverkiezingen van
28 april 1971 waren de hoogte en effectiviteit van ontwikkelingshulp onderwerp
van discussie.

In Panda en de meester-bangerik (PV111) maakt Panda kennis met Freddie Klam
van Handt, die een fortuin erft als hij zijn angst kan overwinnen. Joris Goedbloed
wil hem daarbij helpen en laat hen een ruimtereis maken. De reis is nep en speelt
zich af in een filmdecor. Kennelijk was dat gegeven zowel Joris als de tekstschrijver
goed bevallen in het eerste verhaal uit deze band.

Dick de Boer

 

Afbeeldingen

6LfXCtQZAAAAACfehZwS12RYNcGbtmv3icZDON0b