‹ Terug naar overzicht

De avonturen van Panda deel 23

Staat: nieuw
Uitgever: uitgeverij Cliché
ISBN: 9789064384171

Aanvullende informatie

Inleiding

In deze band zijn vijf Panda-verhalen gebundeld uit de periode 1967-'68. De eerste
drie zijn getekend door Dick Matena, die tussen 1961 en 1968 de meeste Panda-
strips tekent. Halverwege het vierde verhaal neemt Jan Steeman het tekenwerk over
en zal dat ruim een jaar blijven doen. Beiden volgen grotendeels de stijl van Harry
Hargreaves, Panda-tekenaar van 1953 tot 1961. De continuïteit in stijl komt ook
doordat Richard Klokkers de strip meestal inkt. Dick Matena veroorlooft zich af en
toe wel een experiment. Zo zien we in het eerste verhaal van deze band Panda's oren
kleiner en zijn ogen groter worden, wat in de daaropvolgende twee verhalen wordt
teruggedraaid. Dat laatste is waarschijnlijk gebeurd op aandringen van Marten
Toonder zelf, met wie Matena al eens ruzie had over zijn stijlwisselingen. Hij kan
zijn ei beter kwijt in Polletje Pluim, zijn eigen strip voor de Toonder Studio's, die
vanaf 1967 verschijnt in het damesblad Prinses. In de loop van 1968 verlaat Matena
de Studio's om De Argonautjes te gaan tekenen voor het weekblad Pep op tekst
van Lo Hartog van Banda.

Jan Steeman werkte sinds 1964 bij de Toonder Studio's. Over Panda vertelt hij
in 1971 aan Rob van Eyck (Stripschrift 27-28): 'Toen ik bij Toonder Panda ging
tekenen was ik vereerd. [ ... ] Maar op den duur bevredigt het niet: het is erg on-
dankbaar werk om je te wringen in een keurslijfje en precies de stijl van een ander
te tekenen.'

Over de schrijvers van de verhalen en teksten in deze periode is minder bekend.
Lo Hartog van Banda neemt de meeste verhalen tussen 1952 en 1965 voor zijn
rekening. Dick Matena vertelt in 1974 (Bommelkoerier 14): 'Daarna hebben ver-
schillende schrijvers het gedaan, maar ik weet absoluut niet meer wie allemaal, wel
herinner ik me nog Paul Biegel en Eiso Toonder, de zoon van Marten en waar-
schijnlijk ook Jan Gerhard nog, maar dat weet ik niet zeker.' Elders worden de namen
van Andries Brandt en Patty Klein genoemd, onder meer op een lijst die de Toonder
Studio's eind jaren '70 samenstelt.

In het eerste verhaal uit deze band, Panda en de meestervervalser (PV95), wordt de
aarde bezocht door een buitenaards wezen, Astral geheten, die bijzondere dingen
van de aarde komt halen. Om te helpen die dingen te dupliceren zoekt hij een
'falderpersoon' en Panda blijkt te voldoen aan de eisen die aan zo iemand gesteld
worden. Dat gegeven doet denken aan Tom Poes en het kukel (BV102, 1963), waarin
buitenaardse wezens alleen bij heer Bommel het kukel aantreffen. Joris Goedbloed
weet zich meester te maken van het apparaat waarmee gedupliceerd kan worden.
Hij gebruikt het om kostbare voorwerpen na te maken. Maar het zo vergaarde bezit
is hem snel genoeg: de spanning is uit zijn leven. Dit lijkt een toespeling op de wel-
vaart in Nederland, die in de jaren zestig behoorlijk is toegenomen. Als ook Joris zelf
dubbelgangers krijgt, wordt het weer spannend.

In het volgende verhaal, -Panda en de Polydingus (PV96), komt Panda in een gebied
waar een vreemd wezen huist, de polydingus. Deze moet zo hard lachen als een
ander niest dat de grond en alle omliggende voorwerpen scheuren. Als er een belo-
ning wordt uitgeloofd om de polydingus te stoppen, probeert de ongunstige Sloer
Sluipstra hem te vernietigen. De initialen van deze boef zijn opmerkelijk, gezien
het SS-verleden van de (vermoedelijke) tekstschrijver Andries Brandt. De figuur
polydingus zou goed ontsproten kunnen zijn aan de fantasie van toenmalig biolo-
giestudente Party Klein. Ze was in 1967 bij de Toonder Studio's begonnen met het
schrijven van Tom Poes en de woelwater (DONB52) voor het weekblad Donald Duck.
De woelwater is, net als de polydingus, een dier met bijzondere eigenschappen.
Verder treedt in dit verhaal de meester-ontdekkingsreiziger voor de laatste keer op, 
die werd geïntroduceerd in Panda en de meesterontdekkingsreiziger (PV44, 1955-'56).

Het derde verhaal uit deze band, Panda en de meestersuperman (PV97), is een parodie
op de superheldenstrips die in de jaren zestig erg populair worden. In Nederland
worden de Superman-strips vanaf 1965 uitgegeven door uitgeverij Vanderhout en
in 1966 begint een ware Batman-rage door de tv-serie over deze superheld. Ook
verschijnt sinds dat jaar de Batman-strip in verschillende kranten, vaak op dezelfde
pagina als Panda. Al snel verschijnen er parodieën op deze strips. Zo krijgt Heer
Bommel in Tom Poes en Bombom de geweldige (BV115, 1966) superkrachten met
hulp van een pral. Bij Panda is het een door professor Kalker uitgevonden wandel-
stok die Joris Goedbloed verandert in Joris G. Superman. 'Werkelijk alles in dit
verhaal wordt op zijn kop gezet' volgens de achterflap van een eerdere boekuitgave
uitgeverij Panda, 1979). Zo-gaat Joris goede daden verrichten, maar krijgt daarvoor
aanvankelijk geen erkenning. To! hij Leent je, de dochter van generaal Schrap, redt
uit handen van Grab de Gabber. Deze schurk wil ook het Geheime Wapen stelen,
het laatste van alle wapens'. Dit zou een grap kunnen zijn van Jan Gerhard Toonder,
die al eerder verantwoordelijk was voor pacifistische tendensen in de Panda-strip.

Mogelijk is het een verwijzing naar het non-proliferatieverdrag kernwapens dat in
1967 is opgesteld. Nog meer actualiteit is te zien in de wijze waarop Dick Matena
gestalte geeft aan Leent je Schrap, die in minirok met netkousen volgens de laatste
mode gekleed is. Overigens lijkt de Tweede Feministische Golf nog niet te zijn
aangeland in deze strip, want Leent je gedraagt zich nog minder geëmancipeerd dan
de vriendin van Superman, Lois Lane, in die tijd ...

In het volgende verhaal, Panda en de Hobbeldonker schurkerij (PV98), neemt Jan
Steeman rond aflevering 30 het tekenen over van Dick Matena. Panda en Jollipop
.vinden een Incabeeldje in een oude ruïne en riemen dat mee naar Hobbeldonk.
Daarna wordt er in de omgeving van alles gestolen. Uiteindelijk wordt het verband
met de aanwezigheid van het beeldje duidelijk. Toonder en zijn medewerkers maken
vaker gebruik van het gegeven van een beeld waar magische invloed vanuit gaat,
onder meer in Tom Poes en de geheimzinnige gaper (BV46, 1951) en in Tom Poes en
het booroog (BV117, 1966-'67). In het laatste verhaal wijken boeven juist van het
slechte pad af als ze het booroog zien. 'Een meesterwerk kan altijd kwaad,' aldus
Terpen Tijn in dat verhaal.

De titel van het laatste verhaal uit deze band, Panda en de superschat (PV99), doet
een verband vermoeden met bovengenoemd supermanverhaal. Wellicht willen de
makers benadrukken dat ook in dit verhaal Joris Goedbloed een hoofdrol speelt.
Deze keer gaat het om een klassiek verkleedverhaal, waarin Joris zich onder meer
voordoet als Spaanse ontdekkingsreiziger, indiaan en 'Vliegende Zeelander'. Panda
helpt miljonair Bill Dollar een door Joris Goedbloed verzonnen schat te zoeken.
Als die echt blijkt te bestaan, probeert Joris de andere twee kwijt te raken en er met
de schat vandoor te gaan. Ook in dit verhaal is Joris populair bij de vrouwen, in dit
geval bij een indiaanse die hem niet wil laten gaan.

Dick de Boer

 

Afbeeldingen

6LfXCtQZAAAAACfehZwS12RYNcGbtmv3icZDON0b