Avonturen van Tom Poes serie uitgeverij Panda deel 27

Avonturen van Tom Poes serie uitgeverij Panda deel 27

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: juni 2015
ISBN: 978 90 6438 327 4

Aanvullende informatie
Verantwoording

Vanaf 6 februari 1933 publiceerde de toen twintigjarige Marten Toonder zijn eerste
stripverhaal: Bram's avonturen. De held van het verhaal was een simpel getekend
figuurtje, de bebaarde Bram Ibrahim.
In maart 1934 wist de kunstenaar in spe de avonturen van het witte beertje Thijs ijs
geplaatst te krijgen in het Nieuwsblad van het Noorden en in het Haarlemsch Dagblad.
Deze ondertekststrips - steeds een plaatje met daaronder tekst - werden geschreven
door Martens broer Jan Gerhard, door hemzelf getekend en door zijn aanstaande
vrouw Phiny Dik in inkt gezet.
Toen Toonder vanaf 1937 bij de Nederlandsche Rotogravure Maatschappij in Leiden
ging werken, deed hij daar veel tekenervaring op. Deze uitgeverij en drukkerij produceerde allerlei tijdschriften en hij moest daarvoor realistische illustraties maken bij
alle mogelijke verhalen. Ook verzon en tekende hij diverse humoristische kinderstrips, zoals Fik en Fok, Dikkie en Dunnie en Jim en Soe. Naast deze karikaturale strips zette hij ook het realistisch getekende stripverhaal De doodende straal op.
In de jaren die volgden maakte Toonder honderden stripafleveringen, illustraties en
mopjes, voor allerlei bladen in Nederland, België en zelfs Luxemburg.
Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, werd het moeilijker strip-
verhalen gepubliceerd te krijgen. Een ruim inkomen zat er in die eerste oorlogtijd dan
ook niet in voor het jonge gezin. Marten wist evenwel zijn toegenomen tekenervaring
ook in te zetten voor het illustreren van boeken. Tussen 1938 en het eind van de
oorlog maakte hij voor zo'n veertig boeken de prachtigste illustraties, voor stofomslagen, boekbanden en als opluistering van de verhalen zelf. Phiny Dik - zij had voor haar
publicaties haar eigen naam verrijkt met een 'c' en noemde zich daarin Phiny Dick -
schreef in diezelfde periode dertien kinderboeken en ook zij illustreerde er vele.
Eind 1940 ging Toonder met zijn tekenmap onder de arm naar de plaatsvervangend
hoofdredacteur van het dagblad De Telegraaf, waar hij onder meer tekeningen van
een leuke, witte kater toonde. De hoofdredacteur wilde wel een stripverhaal met die kater voor zijn krant proberen en vanaf 16 maart 1941 stond het stripfiguurtje, dat
door Phiny Tom Poes was gedoopt, in deze krant en in haar zusterblad De Courant-
Het Nieuws van den Dag. Het eerste verhaal werd na zeven weken gevolgd door een
tweede en in het derde verhaal verscheen Ollie B. Bommel op het toneel. Hun gezamenlijke avonturen liepen vanaf dan onbelemmerd door tot 20 november 1944.
Toen het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht kwam, was Marten Toonder
al bezig om, na de bevrijding, zijn stripverhalen weer te publiceren.
Omdat De Telegraaf een voorlopig verschijningsverbod opgelegd had gekregen,
konden zijn verhalen rond Tom Poes en heer Bommel daarin vooralsnog niet worden
geplaatst. Maar Toonder wilde toch zijn verhalen blijven schrijven, tekenen èn publiceren. Hij zocht daarom mogelijkheden in een tijdschrift. En die vond hij, zij het nog
bescheiden. In de oorlog tèkende hij voor het aanvankelijk ondergrondse satirische
tijdschrift Metro vele prachtige illustraties en in dat blad kon Tom Poes weer terug-
keren. Op 26 juni 1945 verschenen Tom Poes en heer Ollie in een bijtende spotprent.
Om juridisch geharrewar om vermeende exclusieve publicatierechten van De Telegraaf
te omzeilen, begon Marten Toonder met een andere stripvorm: de ballontekststrip. En
daarmee was het met ingang van I september 1945 mogelijk om zijn Tom Poes-strip
gepubliceerd te krijgen en wel in het tweeweeksblad Ons vrije Nederland.Vanaf dat
moment was Tom Poes weer terug van weggeweest.
Na de bevrijding kwam in Nederland langzaam aan het treinverkeer weer op gang en
de Nederlandsche Spoorwegen brachten om de paar weken een vouwblad uit met een
'beperkte dienstregeling'.Vanaf I oktober 1945 kwamen Tom Poes en heer Bommel'
zeven keer in een kort stripverhaaltje reclame maken voor Ons vrije Nederland.

In het buitenland wist Marten Toonder inmiddels zijn oude Tom Poes-strips opnieuw
te publiceren, in dagbladen en in tijdschriften. En hij en zijn medewerkers zaten verder ook niet stil, want zij wisten na de bevrijding al snel enkele Engelse kinderboeken-uitgevers geïnteresseerd te krijgen in Tom Poes-verhalen. Niet als stripverhaal, maar wel als geïllustreerd verhaal. Groot-Brittannië kende al een lange traditie van geïllustreerde kinderboeken. Rupert Bear verscheen in Engeland al sedert 1921 in boekvorm en vanaf 1936 begon daar de inmiddels legendarische jaarlijkse uitgave van de zogenoemde 'Rupert Bear Annuals'. Nog elk jaar verschijnt daar rond Kerstmis een
nieuwe bundel verhalen. Toonder wist dat natuurlijk ook en het gelukte hem om
Birn Brothers in Londen warm te krijgen voor een prachtig gebonden boek met
vertellingen rond Tom Poes en heer Bommel. In 1946 had hij het eerste boek gereed
en dit verscheen onder de titel Tom Puss Tales. Niet minder dan zeven prachtig-
geïllustreerde verhalen bevatte het en die uitgave bleek zo'n succes, dat er zelfs
verscheidene bijdrukken moesten komen, alle voorzien van een fraai stofomslag.
Het boek verscheen later ook in het Nederlands, het Deens, het Zweeds en het
Maleis, zij het dat in die uitgaven enkele verhalen werden weggelaten, terwijl er voor
die boekuitgaven wel wat enkele extra illustraties werden gemaakt.
Het succes van 1946 leidde ertoe dat ook de winkelketen Marks & Spencer een boek
wilde hebben, maar dan gebaseerd op de kinderrijmpjes die elk Engels kind met de
paplepel kreeg ingegoten. Toonder verbond die 'nursery rhymes' door middel van een
verbindend verhaal, waarin Tom Poes en heer Ollie een gevonden toverparasol moeten
terugbrengen bij Moeder de Gans. In 1948 verscheen het tweede Engelse Tom Poes-
boek: Tom Puss in Nursery Rhymeland.
De veertien Engelse Tom Poes-verhalen uit deze twee boeken verschijnen nu voor het
eerst allemaal in het Nederlands, met alle extra illustraties. Verdere Engelse Tom Poes-
verhalen komen in de volgende band aan de beurt.
In Nederland ging Tom Poes vanaf 10 maart 1947 weer van start in de Nederlandse
dagbladen en ook hier volgden er nog vele boekuitgaven van de twee helden.
Het schrijven en tekenen van al die verhalen kostte toenemend veel tijd. Natuurlijk
kon Marten Toonder dat niet allemaal alleen doen. In de oorlog al had hij medewerkers
'aangetrokken, die bij hem het vak leerden en die hem assisteerden bij het uitwerken
van de dagbladstrips, bij het ontwerpen en tekenen van de merchandising en bij het
uitbouwen van zijn Marten Toonder Studio's in de jaren daarna. In die Studio's waren
tientallen schrijvers en tekenaars bezig om verhalen te maken, niet alleen van Tom Poes,
maar ook van Kappie, Panda, Eric de Noorman, Aram van de Eilanden, koning Hollewijn en
vele andere strips. De Studio's werden, onder Toonders leiding, een broedplaats voor
jong talent.
Er kwamen zo doende heel wat nieuwe Tom Poes-verhalen, geschreven en getekend
voor de kranten en voor allerlei tijdschriften, waaronder Ons vrije Nederland, Zondags-vriend, Kleine zondagsvriend, Tom Poes weekblad, De spaarpost, Pum Pum, Wereldkroniek, AVRO radiobode en het familieblad Revue, terwijl in Nederlandsch-Indië, Curaçao, Suriname, België, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Groot-Brittannië die strips ook werden geplaatst,.
Alle publicaties van heer Bommel en Tom Poes zullen in de reeks Marten Toonder's
Avonturen van Tom Poes worden uitgebracht, zodat alle vertellingen over deze heer
van stand en zijn jonge vriend ook voor komende generaties bewaard zullen blijven.
Deze reeks zal, samen met de reeds verschenen Heer Bommel - Volledige Werken -
De dagbladpublikaties een monument vormen voor het belangrijkste oeuvre van Marten Toonder en zijn medewerkers.

De redactie




Afbeeldingen