Avonturen van Tom Poes serie uitgeverij Panda deel 26

Avonturen van Tom Poes serie uitgeverij Panda deel 26

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: december 2013
ISBN: 978 90 6438 326 7

Aanvullende informatie
Verantwoording

Vanaf 6 februari 1933 publiceerde de toen twintigjarige Marten Toonder zijn eerste
stripverhaal: Bram's avonturen. De held van het verhaal was een simpel getekend
figuurtje, de bebaarde Bram Ibrahim.
In maart 1934 wist de kunstenaar in spe de avonturen van het witte beertje Thijs Ijs
geplaatst te krijgen in het Nieuwsblad van het Noorden en in het Haarlemsch Dagblad.
Deze ondertekststrips - steeds een plaatje met daaronder tekst - werden geschreven
door Martens broer Jan Gerhard, door hemzelf getekend en door zijn aanstaande
vrouw Phiny Dik in inkt gezet.
Toen Toonder vanaf 1937 bij de Nederlandsche Rotogravure Maatschappij in Leiden
ging werken, deed hij daar veel tekenervaring op. Deze uitgeverij en drukkerij produceerde allerlei tijdschriften en hij moest daarvoor realistische illustraties maken bij
alle mogelijke verhalen. Ook verzon en tekende hij diverse humoristische kinderstrips, zoals Fik en Fok, Dikkie en Dunnie en Jim en Soe. Naast deze karikaturale strips zette hij ook het realistisch getekende stripverhaal De doodende straal op.
In de jaren die volgden maakte Toonder honderden stripafleveringen, illustraties en
mopjes, voor allerlei bladen in Nederland, België en zelfs Luxemburg.
Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, werd het moeilijker strip-
verhalen gepubliceerd te krijgen. Een ruim inkomen zat er in die eerste oorlogtijd dan
ook niet in voor het jonge gezin. Marten wist evenwel zijn toegenomen tekenervaring
ook in te zetten voor het illustreren van boeken. Tussen 1938 en het eind van de
oorlog maakte hij voor zo'n veertig boeken de prachtigste illustraties, voor stofomslagen, boekbanden en als opluistering van de verhalen zelf. Phiny Dik - zij had voor haar
publicaties haar eigen naam verrijkt met een 'c' en noemde zich daarin Phiny Dick -
schreef in diezelfde periode dertien kinderboeken en ook zij illustreerde er vele.
Eind 1940 ging Toonder met zijn tekenmap onder de arm naar de plaatsvervangend
hoofdredacteur van het dagblad De Telegraaf, waar hij onder meer tekeningen van
een leuke, witte kater toonde. De hoofdredacteur wilde wel een stripverhaal met die kater voor zijn krant proberen en vanaf 16 maart 1941 stond het stripfiguurtje, dat
door Phiny Tom Poes was gedoopt, in deze krant en in haar zusterblad De Courant -
Het Nieuws van den Dag. Het eerste verhaal werd na zeven weken gevolgd door een
tweede en in het derde verhaal verscheen Ollie B. Bommel op het toneel. Hun gezamenlijke avonturen liepen vanaf dan onbelemmerd door tot 20 november 1944.
Toen het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht kwam, was Marten Toonder
al bezig om, na de bevrijding, zijn stripverhalen weer te publiceren.
Omdat De Telegraaf een voorlopig verschijningsverbod opgelegd had gekregen,
konden zijn verhalen rond Tom Poes en heer Bommel daarin vooralsnog niet worden
geplaatst. Maar Toonder wilde toch zijn verhalen blijven schrijven, tekenen èn publiceren. Hij zocht daarom mogelijkheden in een tijdschrift. En die vond hij, zij het nog
bescheiden. In de oorlog tékende hij voor het aanvankelijk ondergrondse satirische
tijdschrift Metro vele prachtige illustraties en in dat blad kon Tom Poes weer terug-
keren. Op 26 juni 1945 verschenen Tom Poes en heer Ollie in een bijtende spotprent.
Om juridisch geharrewar om vermeende exclusieve publicatierechten van De Telegraaf
te omzeilen, begon Marten Toonder met een andere stripvorm: de ballontekststrip. En
daarmee was het met ingang van I september 1945 mogelijk om zijn Tom Poes-strip
gepubliceerd te krijgen en wel in het tweeweeksblad Ons vrije Nederiand. Vanaf dat
moment was Tom Poes weer terug van weggeweest.
Na de bevrijding kwam in Nederland langzaam aan het treinverkeer weer op gang en
de Nederlandsche Spoorwegen brachten om de paar weken een vouwblad uit met een
'beperkte dienstregeling'.Vanaf l oktober 1945 kwamen Tom Poes en heer Bommel .
zeven keer in een kort stripverhaaltje reclame maken voor Ons vrije Nederland.

In het buitenland wist Marten Toonder inmiddels zijn oude Tom Poes-strips opnieuw
te publiceren. En eindelijk, vanaf 10 maart 1947 volgden er nieuwe verhalen die in
Nederlandse dagbladen konden worden geplaatst, in De Volkskrant en de Nationale
(later: Nieuwe) Rotterdamse Courant.Vanaf dat moment maakten de beide striphelden
een gestage ontwikkeling door.
Het schrijven en tekenen van de ondertekstverhalen voor de kranten en de ballontekstverhalen voor de tijdschriften kostte toenemend veel tijd. Natuurlijk kon Toonder dat niet allemaal alleen doen. In de oorlog al had hij medewerkers aangetrokken, die bij hem het vak leerden en die hem assisteerden bij het uitwerken van de dagbladstrips,
bij het ontwerpen en tekenen van de merchandising en bij het uitbouwen van zijn
Marten Toonder Studio's in de jaren daarna. In die Studio's waren tientallen schrijvers
en tekenaars bezig om verhalen te maken, niet alleen van Tom Poes, maar ook van
Kappie, Panda, Eric de Noorman, Aram van de Eilanden, koning Hollewijn en vele andere
strips. De Studio's werden, onder Toonders leiding, een broedplaats voor jong talent.
Er verschenen heel wat nieuwe Tom Poes-verhalen, geschreven en getekend voor de
kranten en voor allerlei tijdschriften, waaronder Ons vrije Nederland, Zondagsvriend,
Kleine zondagsvriend, Tom Poes weekblad, De spaarpost, Pum Pum, Wereldkroniek, AVRO
radiobode en het familieblad Revue, terwijl in Nederlandsch-Indië, Curaçao, Suriname,
België, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Groot-Brittannië ook oude
strips werden herplaatst, soms enigszins aangepast aan de verdere ontwikkeling van
de personages. Maar ook de nieuwe verhalen konden aan het buitenland worden ver-
kocht en in Groot-Brittannië verschenen zelfs enkele nieuwe boeken met prachtig
geïllustreerde Tom Poes-verhalen, die tot nu toe nog niet in het Nederlands zijn
verschenen.
Alle publicaties van heer Bommel en Tom Poes zullen in de reeks Marten Toonder's
Avonturen van Tom Poes worden uitgebracht, zodat al de vertellingen over deze heer
van stand en zijn jonge vriend ook voor komende generaties bewaard zullen blijven.
Deze reeks zal, samen met de reeds verschenen Heer Bommel - Volledige Werken -
De dagbladpublikaties een monument vormen voor het belangrijkste oeuvre van
Marten Toonder en zijn medewerkers.

Op de valreep ...
De dag dat de digitale bestanden voor dit boek naar de drukker zouden gaan, meldde
Toonder-verzamelaar en connaisseur Rick van Uden, dat hij een tekening van Marten
Toonder bezat, die gemaakt zou zijn voor het tijdschrift Metro, maar die daarin nooit
is opgenomen.Vermoedelijk is dit achterwege gebleven, omdat Toonder c.s. publicatie
een te groot risico zou vinden voor de ondergrondse Metrolietenclub, de groep
mensen achter het illegale blad.
Tom Poes die laarzen uittrekt bij enkele Duitsers, met een hakenkruis op hun mouwen,
het opschrift N.s.B. boven de valse dwerg Pikkin, heer Bommel met een sjerp met
daarop de term 'Illegaliteit' en de opmerking van Wammes Waggel over Tom Poes'
moed, die ook nog eens een sjerp draagt met de naam van het dagblad De Telegraaf,
zouden, ook bij anonieme publicatie, een directe link leggen naar Marten Toonder.
Maar misschien heeft Toonder de tekening gemaakt zonder de bedoeling van publicatie, maar om zijn frustratie over de oorlog een vorm te kunnen geven.

De redactie



Afbeeldingen