Heer Bommel Volledige werken deel 01

Heer Bommel Volledige werken deel 01

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: april 2002
Matla catalogus: 114.1

Aanvullende informatie
Opmerking vooraf

over de veertig prachtbanden waarvan deze de eerste is.Toen Hans Matla de vorige eeuw tot mij kwam met het denkbeeld om het leven van heer Bommel (en Tom Poes) in veertig kloeke delen op onverslijtbaar papier en diepzwarte drukinkt samen te vatten was ik zeer getroffen, en ik heb daar graag aan meegewerkt. In mijn geestesoog zag ik reeds een meterlange boekerij van Binderij Callenbach op mijn boekenplank te zamen komen, zodat ik een overzicht over mijn magnum opus zou hebben op mijn oude dag. Want er zit toch wel aardig werk tussen, al zeg ik het zelf.
Maar ik ga reeds te ver, dat voel ik. Hoe is deze reeks tot stand gekomen? Juist; als ongeschoold beginners werk. Want hoe gaat het; de aankomende stripauteur zet een figuurtje op papier, geeft die enkele eigenschappen en een geruite jas mee en voelt zich een klein scheppertje. Hij denkt: 'Als ik er genoeg van heb, begin ik aan iets anders.' Een tijdlang is het nog een spel, een handwerk dat hij lichtzinnig begint zonder te weten dat hij oerkrachten ontketend heeft. Het inzicht komt meestal met een schok. De eerste keer de beste, dat hij wegens algemene onlustgevoelens verstek wil laten gaan, zal hij bemerken dat zijn scheppingen zich verzetten. De situatie
waarin ze zich bevinden laat geen uitstel toe en een onderbreking in het verslag van hun lotgevallen zou alle voorgaande werkzaamheden geheel waardeloos maken. Ademloos zal de stripmaker achter de gedragingen van zijn figuren aandraven, zonder zich de tijd te gunnen een blik achterom te werpen.
Zo verging het ook mij. Bijna een halve eeuw ben ik bezig geweest eruit te halen wat erin zat, totdat ik tenslotte met een zelfingenomen glimlach achterover leunde, in de mening dat nu de top bereikt was.
Daarom was het schokkend om door het voorstel van zo'n uitgever plotseling gedwongen te worden om ook verantwoording af te leggen over het verleden. Want dáárop stond de harde man. 'Alle verhalen horen in die fraaie reeks, vanaf het prille begin' Want de lezertjes hebben er recht op om het beginnerswerk te zien, en zodoende te merken hoe je karakters gegroeid zijn.' Dat is wat hij zei. 'Niet alleen jij bent ouder geworden, maar je figuren ook, en jullie basis is de jeugd.' En tja, een korte blik over de schouder was genoeg, want het zien van die myriade afgewerkte strips is beklemmend, en geeft veel te denken. Uit de mist der tijden doemen de eerste voortbrengselen op; primitief en mistekend weergegeven. Hun jeugdige, gladde gelaten staren mij vriendelijk doch onbenullig aan, en vol verwondering vraag ik mij af waar ze de kracht vandaan hebben gehaald om het zo lang vol te houden. Hoe moeilijk dat was is aan hun wallen en trekken te zien, en een blik in de spiegel verklaart mij waarom ik de~ voorkeur geef aan die latere afleveringen. Onze rijpe wezenstrekken zijn verwant.
Daarom weet ik, dat de vraag waar die kracht om het vol te houden vandaan kwam gemakkelijk te beantwoorden is. Die kracht werd voor een groot deel geleverd door de trouwe lezertjes, aan wie ik veel dank verschuldigd ben - en de uitgever, die deze uitgave mogelijk heeft gemaakt, ben ik zeer erkentelijk.

Marten Toonder.

Voorwoord Marten Toonder

Avonturen van Tom Poes
Dit is het eerste van de 177 verhalen die Tom Poes in 40 prachtbanden aan het daglicht laten treden. De onbeduidende titel die deze eerste geschiedenis siert, is er door de krant De Telegraaf boven geplaatst. Het was maar een proefverhaal, dat niet langer dan een maand mocht duren. In die vier weken wilde men de populariteitsgraad van deze nieuweling meten, om bij een afgang tijdig te kunnen ingrijpen.
Het onderwerp van dit eerste avontuur is dan ook eenvoudig, en gebaseerd op een opmerking die mijn vader had gemaakt toen hij in Hamburg was geweest in 1933 - kort nadat Hitler de macht in Duitsland had overgenomen. 'Een raar land', zei hij. 'Het loopt daar vol uniformen, en de postbodes marcheren 's morgens in het gelid het postkantoor uit. Als je daar laarzen in de grond plant, groeien er soldaten uit.'
Dat idee had ik altijd aardig gevonden, en dit leek mij in 1941 de juiste tijd om het tot zijn recht te laten komen. Omdat soldaten me echter niet aantrokken, heb ik er reuzen van gemaakt; en ik slaagde erin om het verhaaltje precies in dit korte tijdsbestek te persen. De tekst leverde echter bezwaren op omdat ik aan balloonstrips gewend was terwijl De Telegraaf onderschriften eiste omdat die wolkjes leesluiheid bij kinderen bevorderden. De eerste zes teksten zijn dan ook door mijn vrouw Phiny gemaakt, en zij heeft daardoor een stempel op mijn stijl gezet toen ik het schrijven daarna van haar overnam.
Toen het in de krant verscheen, had het veel succes en De Telegraafvroeg dan ook om een vervolg zonder termijn. Maar voordat het zover was, werd de voortzetting onverwacht door de Referent für Volksaufklärung und Propaganda verboden.

Tom Poes en de toverpijp
Door het verbod van die overheid duurde het twee maanden voordat ik aan de Toverpijp mocht beginnen, en dat was lang genoeg om te begrijpen dat de Referent me van een eventuele anti-Duitse houding verdacht had. Dat vond De Telegraaf niet prettig, en men drukte me op het hart om in mijn vertelsels alle schijn van actualiteit te vermijden. 'Spannende verhalen in een fantasiewereld', dat is wat ze vroegen. Ik had daar geen bezwaar tegen, want dat is het beste soort. Een geschiedenis over de werkelijkheid is vandaag leuk maar morgen achterhaald.
Echt leuk was de werkelijkheid trouwens niet in die bezettingstijd, en de enige gegevens die ik ooit aan die periode ontleend heb, waren de algemeen menselijke, die voor alle tijden gelden. In het verhaal Tom Poes en de tooverpiJp was daar geen sprake van. Het is een
primitief verhaaltje, voor kinderen getekend en geschreven, en voor mij onbevredigend. Het maakte me duidelijk dat het onmogelijk was om een langlopende serie te maken met één hoofdfiguur.

Tom Poes in de tovertuin
Zonder lang zoeken besloot ik Tom Poes een metgezel te geven die uit een vrij land kwam en niets van Bezetting wist. Het werd een beer die een geruite jas droeg zoals de Amerikanen, en die een verrekijker om zijn hals had om aan te geven dat hij een toerist was. Geen verfijnde toerist, trouwens. In dat eerste verhaal had hij een tof woordgebruik en een opschepperige manier van doen. Maar hij voldeed wel als tegenhanger van Tom Poes en hij maakte het mogelijk om dialogen te gaan gebruiken.
Het zal oplettende lezertjes duidelijk zijn dat het hier een strip in wording betreft. Zowel de tekeningen als de teksten en de karakters als de verhalen verkeren in een onrijp stadium. De beer die hier optreedt, heeft vele verhalen nodig om uit te groeien tot wat hij later werd: Olivier B. Bommel, een heer die geruisloos de Avonturen van Tom Poes overnam.

Tom Poes en de geheimzinnige roverhoofdman
Hierin is het afsluiten van een verhaal met een eenvoudige doch voedzame maaltijd al tot een goede gewoonte geworden.
Tom Poes en de Drakenburcht Een sterk vertelsel waarin de grote magiër Hocus Pas op een onverwachte manier zijn intrede doet. Hij slaagt erin om in 28 strips belangrijke onderdelen van zijn beroep een rol te laten spelen. Belangrijker is echter dat Ollie B. Bommel langzamerhand een status begint te krijgen. Hij koopt een auto en vindt een behuizing die bij zijn stand past.

Tom Poes en het verdwijneiland
Dit is helder en doorzichtig, terwijl er voor de eerste keer techniek gebruikt wordt. Het motief van de verdwijnende schepen was met wat goede wil actueel te noemen. De onbeperkte duikbootoorlog was toen aan de gang, en het is te begrijpen dat men dan onwillekeurig aan zijn vader denkt, wanneer deze zeevarend is. Maar het was geen bewuste verzetsdaad, alleen maar een onbewuste gedachtengang die aan dit kinderverhaaltje ten grondslag ligt.

Tom Poes en de reuzenvogel
Eveneens een veltelling die geen toelichting behoeft, en die ik daarom maar niet geef. Daarentegen wil ik even stilstaan bij de volgende geschiedenis:

Tom Poes en de rare uitvinding
want daar sluipt onbemerkt een element in waar we in oorlogstijd veel mee te maken hadden. Dat is de geheimzinnige macht die een bepaald iemand over een hele menigte kan hebben. Wat dat betreft is dit een geïnspireerd verhaal dat ik voor mijn eigen genoegen maakte, zonder dat kinderen of bezetters er last van hebben gehad. Het was overigens ook niet actueel, want deze geheimzinnige macht wordt nog steeds uitgeoefend, overal op aarde.

Tom Poes op het eiland van Grim, Gram en Grom
is een lange titel voor een bescheiden vertelling, evenals Tom Poes en de zieke hertog Deze twee behoeven geen voorwoord.
Een eigenaardigheid van de voorgaande verhalen is dat ze allemaal 28 strips lang zijn. De oorzaak daarvan zit in het eerste (later De laarzenreuzen genoemd) dat zo kort was omdat het een proef betrof; en een poosje heb ik gedacht dat het een prettige lengte was. Maar dat gold natuurlijk alleen maar voor zeer simpele vertellingen. Naarmate die ingewikkelder werden, zijn ze langer geworden.
Een andere bijzonderheid in dit album is dat bijna alle bijfiguren en figuranten een menselijk uiterlijk hebben. Het heeft vrij lang geduurd voordat deze misstand uit de wereld van Tom Poes verdwenen is.

Greystones, 25 maart 1997



Afbeeldingen