Heer Bommel Volledige werken deel 37

Heer Bommel Volledige werken deel 37

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: augustus 1999
Matla catalogus: 114.37

Aanvullende informatie
Voorwoord Marten Toonder

Heer Bommel en de wadem
Er zit een leerzaam trekje in dit eenvoudige verhaal, dat vooral bedoeld is om een verklaring te geven voor het grote aantal dwergen dat men niet alleen in de media, maar ook in overheidsdiensten aantreft. Maar er zit een andere kant aan, die misschien niet direct in het oog springt. Daarom zal ik er in dit voorwoord even op wijzen. Deze geschiedenis berust namelijk op het grote gevaar dat er schuilt in het gezegde
dat we allemaal een dagje ouder worden. Zo'n opmerking kan tot onbesuisde daden leiden wanneer zij geuit wordt tegen iemand in de kracht van zijn leven. Iemand als heer Bommel bijvoorbeeld, die onmiddellijk tot daden overgaat en zodoende kans ziet de lichtere kant van het bestaan aan het daglicht te brengen, terwijl het kwade daardoor de kans hijgt zich er meester van te maken. Dit leidt vanzelfsprekend tot de grote storingen die het wezenlijke van het leven uitmaken. Doch hier wordt lichtzinnigheid door de ernst des levens op haar plaats gezet en door de grote dadendrang van heer Ollie, die nog lang niet van gisteren is.

Heer Bommel en de minionen
Dit verhaal vertoont een wetenschappelijk trekje doordat de geleerde Sickbock er in
geslaagd is de wortel uit min één te trekken. Zodoende is hij in staat de tijd terug te zetten, en daardoor hijgt heer Bommel de kans om een dag over te doen. Want, zoals oplettende lezertjes weten heeft ook hij wel eens een tijd waarop alles een beetje tegenloopt, zodat zelfs zijn goede bedoelingen op onbegrip stuiten, en de politie hem onvriendelijk gezind is. De geestelijke inspanning om de werking van minionen te doorgronden zal in deze vertelling slechts worden overtroffen door het volgen van heer Ollies dubbele voetsporen. Het is zoals de veelzijdige heer aan het einde bij het gastmaal opmerkt: 'Ach ja, tegenwoordig kan men veel rechtzetten met behulp van de wetenschap. En van Tom Poes natuurlijk.'

Heer Bommel en het spijtlijden
Hier wordt een van de grootste misstanden die de beschaving kenmerken uit de doeken gedaan. Overal om ons heen zien we levensvormen die door berouwen spijt tot huiveringwekkende daden in staat zijn. Het is daarom heel troostrijk uit deze geschiedenis te leren, dat er een uitweg uit deze impasse bestaat wanneer men de diepere betekenis van de afgebeelde handelingen oplettend volgt.
Zoals de zielkundige Z. het zo fijntjes in eenvoudige taal uitdrukt: 'Het zijn schuldgevoelens, die men eerst op anderen probeert afte wentelen. Maar in een later stadium vallen ze op de patiënt terug, en dan bestaat de kans, dat ze hem vernietigen.' Of, zoals de hoogleraar Prlwytzkofski het zo kernachtig samenvat: 'Der eerste fase des lijdens
is aanvallerig, en der tweede is droefmoedig.' Het behoeft natuurlijk geen betoog, dat het heer Ollie is die het verschijnsel in de openbaarheid heeft gebracht.

Greystones, 15 april 1999



Afbeeldingen