Heer Bommel Volledige werken deel 21

Heer Bommel Volledige werken deel 21

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: juni 1991
Matla catalogus: 114.21

Aanvullende informatie
Voorwoord Marten Toonder

Heer Bommel en de grauwe razer
De ene mens is sterker dan de ander - en het gebeurt maar al te vaak dat de zwakste in een hoek gedreven wordt. Daar is hij natuurlijk niet gelukkig, maar dat valt niet zo op als men hem maar met rust laat. In stilte zit hij zich echter te verbijten, en na verloop van tijd wordt hij wantrouwig en zuur, en gaat zich bedreigd voelen. Dat komt tot uiting wanneer hij door onlustgevoelens of volle maan plotseling uit de hoek komt. Zoiets is vaak heel schokkend voor nietsvermoedende omstanders, die niet weten dat zich in de mens
monstervormingen kunnen voordoen. De gevolgen kunnen vreselijk zijn, zoals dit verhaal ons leert.
Heel wat huwelijken en compagnonschappen zijn door dit verschijnsel stukgelopen - en dat ik het hier steeds over een 'hij' heb, komt omdat de 'mens' mannelijk is. Monstervorming komt evengoed bij vrouwen voor, maar daar wil ik hier niet de nadruk op leggen.
Dit speciale geval gaat over de grauwe razer, het prototype van een monstervorming, die al te ver heen is om door zielkundigen op het rechte pad te worden geholpen. Het zou trouwens geen zin hebben, want omdat hij de zwakste blijft (wegens zijn genenpatroon) zal hij altijd weer in een hoek gedreven worden. Dit zou dan ook een tragisch verhaal zijn, wanneer heer Bommel niet had ingezien, dat hij in een prettige, donkere omgeving met rust gelaten moet worden.

Tom Poes en het kukel
Dit verhaal gaat over ruimtevaarders, die ons waarschijnlijk technisch vèr vooruit zijn; dat blijkt wel uit de ufo's waarmee ze zich van ster tot ster spoeden om een eigenschap te vinden, die ze kukel noemen. Ook het gemak waarmee ze materie in kleverige stroop veranderen, levende wezens verstenen en steden ontbinden, duidt op een hoogontwikkelde beschaving. Het kan best zijn dat ze hun eigen planeet, al beschavend, vernietigd hebben en zodoende hebben ze wellicht een les geleerd. De handvol overlevenden die zich in
ruimtevaartuigen konden redden, kunnen tot het inzicht gekomen zijn, dat ze door hun ontwikkeling hun kukel zijn kwijtgeraakt. En zonder dat is geen nuttig leven mogelijk.
Dit is natuurlijk maar giswerk. In het verhaal duidt niets op de achtergronden van de Droon, de waarnemers of de kwintenstralers, want daar gaat het niet om. Het gaat om het kukel, want daar zijn we allemaal bij gebaat. Men zal zich dan ook terecht afvragen, wat het voor iets is. Oppervlakkige lezertjes verwarren het wel eens met het I.Q. uit de keuken van drs. Zielknijper. Maar zo eenvoudig is het niet, want daarvan hebben de indringers zo genoeg, dat de Droon waarschijnlijk alleen maar een hersenmassa met een oog is
die in een bol op een onbekende vloeistof ronddrijft. Het moet dus meer en anders zijn en vermoedelijk bestaan uit eigenschappen die meestal door een teveel aan rede verdrongen worden; zoals bijvoorbeeld gevoel, fantasie, liefde en dergelijke. En omdat professor Prlwytzkofski aan het eind van de geschiedenis verzucht dat hij nu nimmer zal weten wat der kukel is, bewijst hij zelf een min kukel te hebben.

Heer Bommel en de wilde wagen
Men kan natuurlijk op verschillende manieren op reis gaan in de vakantie. De markies De Canteclaer heeft daar een uitgesproken mening over. 'Ach ja', zegt hij ergens. 'Het vulgus mat zich af en jaagt in drommen naar oppervlakkige verstrooiing. Maar de ware ervaring ligt in de vlucht van de geest op hoogten, waar de platte burger geen begrip van heeft.' In dat opzicht is de edelman het dus eens met magister Pas. 'Reiservaringen', prevelt deze bitter. 'Daar is het om te doen. Kijkers, die leisteen plat slaan om er in blik overheen te kunnen rijden. Walm, smook en blik.' Maar toch is er een groot verschil in hun opvattingen van reisgenot. De eerste zoekt
het in de v lucht van de geest naar het hogere, en de laatste heeft eerder het tegendeel op het oog. Beiden keuren de eenvoudige lieden af, die gezellig met z'n allen naar het zuiden trekken om knus naast elkander op een warm strand in de zon te liggen. Er blijft
dus maar één mogelijkheid voor de magister over, en dat is het terrein waar de grauwe razer zich thuis voelde: naar beneden dus. Een reis naar de beroemde Nachtwacht van Gor gaat niet naar grote hoogten, maar eerder naar diepe laagten. Daar hangt een
doodse stilte over de bouwvallen, die slechts verbroken wordt door het gerinkel van een ketting, terwijl bleke nevelslierten langs de maan trekken. Tja - in dat gebied is er altijd wel een nachtwacht die de bezoeker beproeft. En als hij het niet doet, is er wel een fontein met een draaikolk, waarin men naar de onderwereld gezogen wordt, waar de morsen wonen.
Aantrekkelijk is het niet, maar ik geloof dat dit een meer en meer gekozen reis naar het avontuur is. Met de wilde wagen is niets onmogelijk, maar wel gevaarlijk.

Heer Bommel en de bovenbazen
Of deze figuren ècht bestaan weet ik niet, maar het zal weinig schelen. In 1963, toen ik enige ervaring in het Zakendoen had gekregen, wist ik hoe moeilijk het is om de eigenaar van een zeeponderneming te spreken te krijgen. Altijd weer blijkt dat de zaak gefuseerd is met een andere, zodat de meerderheid van de aandelen in handen is van een ritssluitingbedrijf. En wanneer men de directeur daarvan te spreken krijgt, zal duidelijk worden dat hij alleen maar een onderdeel van de veel grotere Kingsburger affaire vertegenwoordigt. En die wordt dan weer overkoepeld door een Internationale Hotelketen, toebehorend aan het Arabisch Warenhuis-imperium dat deel uitmaakt van enzovoort.
Langs deze lijn verder denkende, raakte ik als vanzelf tot de slotsom dat aan het hoofd van alle bedrijfsleven slechts één figuur te vinden is - en dat leek me een aardig idee voor een verhaal toe. Maar Banda' meende, dat ik hette eenvoudig zag. Het gescharrel
met aandelen wijst op méérdere tyconen. Daar had hij gelijk in, en daaruit bleek ook weer, hoe nuttig het is om een bedenksel met een plus kukel te kunnen bespreken. Hij opperde de 'upper ten', en ik bleef aan mijn obsessie van de baas-boven-baas hangen.
Het een stond het ander echter niet in de weg, en zodoende kon de schokkende wereld van het Grootkapitaal worden opengegooid onder bovenstaande titel.

Greystones, 11 februari 1991

I. Lodewijk Hartog van Banda,toentertijd medewerker bij de Toonder Studio's.




Afbeeldingen