Heer Bommel Volledige werken deel 19

Heer Bommel Volledige werken deel 19

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: maart 1995
Matla catalogus: 114.19

Aanvullende informatie
Voorwoord Marten Toonder

Heer Bommel en de toornviolen
Dit is niet het eerste en ook niet het laatste verhaal waarin de natuur wordt aangerand. Meestal gebeurt dit door de vooruitgang of door de wetenschap, maar deze keer is het betreurenswaardige ijdelheid. En om het nog erger te maken is het heer Bommel
persoonlijk die zich aan dat euvel schuldig maakt. Men kan daaraan zien, dat niets menselijks hem vreemd is, en dat mag wel eens gezegd worden.
Toch is het met loden schoenen, dat ik deze geschiedenis geboekstaafd heb - maar mijn plicht als biograaf schrijft mij volkomen eerlijkheid voor; waar zouden we anders blijven? Ik haast mij echter eraan toe te voegen, dat de heer het wint van de menselijkheid in onze held, en dat hij met gevaar voor eigen leven een einde maakt aan de ondergang van de natuur. Trouwens, er komen enige bomen en bosgezichten in voor waar ik achter kan staan.
Maar hoe het er over twintig jaar uit zal zien blijft natuurlijk een vraag ...

Tom Poes en het Lemland
Een leerzame geschiedenis, die te denken kan geven. Want deze geschiedenis behandelt het doen en laten van het volk der lemmings, dat de wetenschap voor een vraagstuk plaatst. Dat deed het aanvankelijk heer Bommel ook. Maar omdat hij er van uitgaat dat men met liefde en begrip iedere moeilijkheid kan oplossen geraakte hij al spoedig zo op de dompel, dat hij als een dakloze zwerver door
de overheid werd ingerekend. Want liefde en begrip zijn niet opgewassen tegen overbevolking, en dat is nu juist waar het volk der lemmings een fijn gevoel voor heeft.
De goedhartigheid van heer Ollie zette het echter op een dwaalspoor, en het is aan Tom Poes te danken dat het uiteindelijk toch de goede weg vond. De geleerde F. Nijhoff- Rombach vindt dit een mooi verhaal voor romantische geesten, die houden van blinde hartstochten. Dat is onjuist. Het is een sober verslag van de gevolgen van overbevolking, en meer niet. Want het zere verband van heer
Bommel zit ten slotte aan de verkeerde vinger.

Tom Poes en de plamoen
Er bestaan streken met een oudere beschaving dan de onze. We zouden daar veel van kunnen leren, wanneer we niet alles beter wisten. Maar daar gaat het nu niet om in dit verhaal, dat slechts een van de eigenaardigheden van zo'n beschaving behandelt.
Er bestaat daar de mening, dat men door een blunder of een misstap zijn gezicht kan verliezen - en dat is het ergste wat iemand kan overkomen. Zo' n slachtoffer is tot alles in staat om het terug te krijgen, en het is te begrijpen, dat daar door figuren zonder ge-
weten misbruik van wordt gemaakt.
Dat gebeurt ook in dit hoofdstuk, en ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat er nog nooit een misbruik van deze klasse heeft plaats gevonden. Dit gaat zó ver dat zelfs heer Bommel er het slachtoffer van werd, en dat het ten slotte Tom Poes is, die er een einde
aan heeft gemaakt. Maar voordat het zover is wordt er in stilte veel geleden, zodat ook dit een leerzame geschiedenis zou kunnen zijn.
Heer Bommel en het ontstoffen Hoe gemakkelijk is het niet om de dagen in een gemakkelijke stoel voor het knappend houtvuur door te brengen, wanneer men geen geldzorgen heeft? Er zijn de stalen wil en de diepgravende geest van een Bommel voor nodig om in te zien dat het opdoen van ervaring het doel van het leven is - en dat men te kort schiet wanneer men alles om zich heen laat vastkoeken en verstoffen. 'Als ik niet oppas, koek ik zelf ook vast' , roept hij uit, terwijl hij huis en haard verlaat om zich naar de andere kant van de zee
te begeven. Daar begint hij een nieuw leven, dat gebaseerd is op ontkoeken en vastschrevelen, zodat hij veel nieuwe indrukken opdoet, die hij door zijn ijzeren gestel te boven weet te komen. Het is dan ook aan Tom Poes te danken, dat hij ten slotte toch weer thuis komt in het geheel ontstofte Bommelstein; wetende dat vastschrevelen mannelijk is. En dat is meer dan men wel vermoedt.

Heer Bommel en de wezelkennis
Iedereen heeft zijn zwakheden, zelfs heer Bommel. Zoals ik hiervoor al opmerkte is een zekere ijdelheid hem niet vreemd. Hij is geen uitzondering; de meeste lieden hebben daar wel eens last van. Maar omdat hij als heer een buitengewoon sterk karakter heeft kan hij deze zwakheid de baas worden wanneer de gevaren hem boven het hoofd groeien, zodat Tom Poes een list moet verzinnen.
In dit verhaal speelt de ijdelheid een eigenaarctige rol, omdat heer Ollie denkt de wezel in zichzelf te ontdekken. Wie zou daar trots op zijn? Men moet de grootheid van een Bommel hebben om fier op de ontdekking van een dergelijke zwakheid te zijn.

Greystones, 9 januari 1995


Afbeeldingen