Heer Bommel Volledige werken deel 12

Heer Bommel Volledige werken deel 12

Uitgever: Uitgeverij Panda, Den Haag
Uitgifte: oktober 1991
Matla catalogus: 114.12

Aanvullende informatie
Voorwoord Marten Toonder

Tom Poes en de spiegelaar is een tamelijk ingewikkeld verhaal, omdat er veel uiteenlopende ideeën over spiegelbeelden in behandeld worden. Het begin berust op de vampiereigenschap, dat hij (of zij) geen spiegelbeeld heeft. Niet omdat hij zo bloeddorstig is, maar omdat hij zijn ziel is kwijtgeraakt. De weerkaatsing van de mens was volgens vele, zeer oude geloven de ziel, en nog steeds
bestaan er Polynesiërs die geloven dat de gedaante die ze in het water zien, niet de weerkaatsing van hun eigen persoon is, maar hun ziel. In dit geval zijn heer Bommel en de markies dus alleen maar vleeslichamen; hun fijnere trillingen zijn ze kwijt. Hun 'geest' is door een soort doodsengel naar een onbekend gebied ontvoerd. Zoiets is alleen maar mogelijk wanneer iemand niemand is, dat spreekt.
Er loopt een andere gedachte doorheen, die berust op het feit dat in een spiegel links rechts wordt, en rechts links. Volgens de oosterse Yin-en- Yangreligie is Yang (het mannelijke principe) links, en Yin (het vrouwelijke) rechts. Yang staat voor scheppingskracht en geest, terwijl Yin het ontvankelijke en materiële vertegenwoordigt. In een spiegel wordt het vrouwelijke deel dus mannelijk, en het mannelijke vrouwelijk. Karakters die geen goed evenwicht tussen de beide kanten hebben, komen lelijk te pas, omdat ze de kans lopen een van beide eigenschappen te verliezen. Natuurlijk is dit allemaal maar bij wijze van spreken. Alles is schijn, zodat Fata Morgana een voor de hand liggende naam is. Dat meende ik tenminste, maar Joop Lücker, die toen hoofdredacteur van de Volkskrant was, heeft mij ernstig terecht- gewezen over deze figuur. Waarschijnlijk herkende hij de religieuze kanten van de geschiedenis.

Het vereeuwen van heer Bommel is geen hoogtepunt in zijn loopbaan, want het is een weinig subtiele behandeling van het gegeven.
Het geheimzinnige poortje in het begin is weliswaar heel veelbelovend, maar het idee heeft tot Heer Bommel en de trullenhoedster geduurd, voordat het voldoende tot zijn recht kwam. Er zitten hinderlijke anachronismen in het verhaal en de sfeer van het poortje is in de steek gelaten. Het is dan ook meer gericht op spanning dan op het idee, want het is veelbewogen, en het ruwe geweld maakt het op den duur minder interessant. Het landschap en de architectuur zijn goed, de arceringen (van Frits Godhelp ) knap; maar de figuren zijn zwak.

Tom Poes en de A-pril/ers haakte in op de toentertijd veel opgang makende radioprogramma' s van de Belgische Bobbejaan Schoepen, op Waiky-waiky van de Engelse BBC en een aantal Nederlandse komieken, die hun humor de ether instuurden. Er op terugkijkend vind ik het een slecht ~erhaal, omdat ik het onderwerp met te veel afkeer voor het verschijnsel heb behandeld. Door deze emotie zijn de teksten soms ook vreemd log.

Tom Poes en de waarzegger is vrij goed en het idee is lovenswaardig door de halve waarheden waarmee zo vele ruzies gesticht worden, onder het mom van 'waarheid'. De voorvallen zijn niet onaardig, en hoewel de tekeningen wel wat erg haastig zijn, is dit verhaal toch beter dan bijvoorbeeld

Tom Poes en de doffe Doffer. Deze Doffer is nogal slapstick -achtig en heeft niet veel pretenties. Een gedeelte ervan is gebruikt als aanvulling voor de Bommelfilm Als je hegrijpt wat ik bedoel, omdat de producent meende dat het verhaal Heer Bommel en de zwelbast te kort was voor een hoofdfilm. Daardoor is die een beetje gaan rammelen. Grappen en grollen kunnen soms wel aardig zijn, maar men moet een goed gegeven niet verdunnen. De film is goed ontvangen en besproken; maar hij had veel beter kunnen zijn.

Greystones, 30 juni 1991


Afbeeldingen