Koning Hollewijn en de Holle Appel

Koning Hollewijn en de Holle Appel

Auteur: Marten Toonder
Uitgever: Uitgeverij C.A.J. van Dishoeck, Bussum
Uitgifte: 1955

Aanvullende informatie
Verantwoording:
Men zal zich uit zijn geschiedenisboekjes herinneren, dat de laatste Koning van de Oude Wereld Hollewijn heette. Dat was in de twintigste eeuw, in de tijd dat er nog landen waren. Er is over deze koning Hollewijn weinig bekend. Professor Dr. D. Mercheldrayer schetst hem als een in-zichzelf gekeerde figuur - een introverte persoonlijkheid met sterke remmingen.
De geschiedschrijver A. Scherpenzeel ziet hem als een slachtoffer van een merkwaardige regeringsvorm, die in dat tijdperk opgeld deed en die volgens de overlevering stoelde op een opstand van het gepeupel te Parijs in het laatst van de l8e eeuw. De auteur Maxim Zochranowski tenslotte, beschrijft hem als het parasiterend symbool van een corrupt kapitalisme, in stand gehouden door een verziekt socialisme.

Deze gegevens kunnen zonder meer onbevredigend worden genoemd. Teneinde dan ook tegemoet te komen aan de leemte in de historie van de 20e eeuw op het moment, dat koning Hollewijn ten tonele verschijnt en om de onbedrukte pagina's in onze geschiedenisboeken aan te vullen, heb ik gemeend een korte episode uit het leven van deze vorst aan de vergetelheid te moeten ontrukken. In hoeverre dit fragment waarde heeft voor de ernstige gescheidvorsing vermag ik niet te beoordelen. Het is geput uit gegevens van het gemeente-archief van Koudewater (in welke plaats, zoals bekend mag worden verondersteld, de vorst zijn residentie had) en voorts ontleend aan een geheim dagboek waarop ik zo gelukkig was de hand te kunnen leggen. Dit geschrift is van een zekere mej. W. Wip - een jonge dame, die zich veel in de omgeving van de vorst blijkt te hebben bewogen. Daar dit meisje echter slechts over een ongeordend denkraam beschikte, waren de aantekeningen vaak wat warrig, zodat het ordenen en uitwerken mij voor een uitermate zware taak plaatste. Waar ik dus mogelijkerwijs heb misgetast houd ik mij gaarne aanbevolen voor aanvullingen van welmenende critici.

M.T.

Afbeeldingen